Het woon-werkverkeer is niet alleen in Nederland een dagelijks terugkerende martelgang temidden van uitlaatgassen, blik en bedrijventerreinen. Grenzeloos ondernemen moet daarom meer tussen de oren komen.
Door Jacques de Wit
Ik ben vijf a zes dagen per week bereikbaar op het kantoor in Woerden en toch sta ik geen enkele keer in de file vanuit woonplaats Den Haag of vice versa. De laptop is via de ingebouwde draadloze technologie constant in verbinding met het internet. De webcam is onder handbereik voor de videoconferentie en een slimme internettelefooncentrale verbindt belangrijke klanten eventueel direct door, houdt en passant de agenda bij en waarschuwt per sms voor belangrijke besprekingen of (tele)vergaderingen.
Eens beperkt door de fysieke toegang tot kantoor en het bureau is de mobiele collectieve gegevensverwerking nu gemeengoed voor iedereen. Supersnelle draadloze netwerken, innovatieve communicatiesoftware en hele zwermen van vrij goedkope (handheld) apparaten staan het toe om vanaf elke plek ter wereld met de collectieve bijenkorf verbonden te zijn. Is het echter een productiviteitsdoorbraak of een nieuwe vorm van slavernij? Het is niet voor niets dat de top 100 van ICT-bedrijven grotendeels bestaat uit bedrijven die zich bezig houden met mobiele gegevensverwerking. Ook de oude desktop-dinosaurussen als Microsoft, Dell en Intel storten zich op mobiele communicatiegadgets en gizmo’s.
In de volgende vijf jaar zal de dramatische verschuiving naar digitale mobiliteit de status quo onder de dino’s flink veranderen. De steeds groter wordende vraag om energiezuinige processoren en geheugenchips voor portables bezorgen bedrijven als AMD al het zweet in de handen. De gevestigde gigant Nokia ziet zich beslopen door nieuwkomers die gewiekste combinaties van soft- en hardware in nieuwe generaties slimme telefoons kunnen bakken.
Wie er ook wint, de wereld van het werk zal nooit meer hetzelfde zijn. Niemand heeft de potentiële productiviteitsaanwinsten berekend, maar de analisten en de ondernemingen hebben geen twijfel dat het aanzienlijk zal zijn. Wie er snel bij was, wint zelfs twee keer: De werknemers neigen meer te werken voor hetzelfde geld en het bedrijf kan flink in de overheadkosten snijden. Veel werknemers kunnen vanuit huis werken en de managers kunnen bovendien meer zelf doe via hun gadgets, zodat er minder administratieve ondersteuning nodig is.
De goeroe’s van de technologie-industrie hebben de alomtegenwoordige mobiele gegevensverwerking al tien jaar geleden beloofd, maar pas sinds kort is het beschikbaar voor tientallen miljoenen mensen. De mondiale normalisatie en de verbeterde beveiliging van draadloze breedbandtechnologieën legden de fundamenten. De volgende generatie cellulaire netwerken en de capaciteit om waar dan ook op Wi-Fi over te schakelen, zal mobiele arbeiders overal ter wereld met elkaar verbinden. In de metro van Londen, in een café in Amsterdam, of in een supermarkt in Villefranche.
Nu de lijn tussen werk en privé nog vager wordt, moeten managers en werknemers tot een nieuwe communicatie-etiquette komen. Met mobiele apparaten gaan de mensen steeds meer schakelen tussen e-mail, bureautaken, beelden, muziek, en films. Vroeger kwam je na een rit aan op kantoor, hing je je jas op en begon na de koffie je werk zo’n beetje. Nu begint en eindigt er niets meer behalve de seizoenen en lopen werk en privé volledig door elkaar heen. Is dat erg? Nee, de familie van boer Qwartèl doet het al eeuwen zo.