Op internet kan je gelikte commercial pardoes tussen de foute vakantiekiekjes van oom Freek opduiken.
Ranzige thuisvideo’s versus dure professionele shoots op tropische eilanden. Het dilemma van uitgeverijen die iets met internet willen.
Door Jacques de Wit
De Financial Times meldde onlangs dat topondernemers uit de media- en advertentiewereld elkaar binnenkort in een brainstormsessie gaan ontmoeten om te praten over de sterk groeiende populariteit van doe-het-zelf internettoepassingen. Consumenten zijn massaal aan het knutselen geslagen op websites die grote en kleine sociale netwerken aan elkaar verbinden. Hoe kun je daar nu een goed belegde boterham aan verdienen?
De markt voor online adverteren is explosief gegroeid. Er zijn tal van nieuwe en nog ongekende mogelijkheden om extreem populaire internetsites die zich richten op plaatsen van foto's, video's, blogs en andere user-generated content in levensvatbare mediaondernemingen te laten veranderen.
De topontmoeting vindt binnenkort in New York plaats. De plannen voor de vergadering vormen een weerspiegeling van de snelle verschuivingen die door de mediaindustrie worden gevoeld nu mensen, in het bijzonder jongere internetgebruikers, alsmaar meer tijd besteden aan sociale netwerksites als MySpace en aan het delen van foto's, video's en blogs. Een trend die direct ten koste gaat van de tijd die besteed wordt aan professioneel geproduceerde content.
Bovendien heeft de groei in snelle internetverbindingen geleid tot een fikse verhoging van het bekijken van video's op het web. De content van filmstudio's en televisiestations is meer en meer online beschikbaar. De Volkskrant heeft na haar weblogexperiment nu ook een eigen tv-webzender opgezet en tal van andere ‘oude’ gedrukte media hebben vergaande plannen om voor televisiestation te gaan spelen. Uitgeverijen en tv-producenten lopen inmiddels ook in Nederland de deur bij elkaar plat.
Tot op heden, wordt de reclame die gerelateerd is aan online video geschat op meer dan $300 miljoen, maar dit zou volgens Merrill Lynch in de komende jaren naar $1 miljard moeten groeien. Van de $12.5 miljard die vorig jaar aan internetadvertenties werd besteed, werd het grootste deel besteed aan zoekmachines, dit blijft de grootste bron van online advertentieopbrengsten.
"Adverteerders hebben behoefte aan meer coördinatie als het gaat om manieren te vinden om het groeiend publiek voor user-generated content te bereiken," aldus Aaron Cohen, chief executive van Bolt Media, die bij de voorbereiding van de meeting betrokken is. Het lijkt op paniekvoetbal en dat is het ook. De nu volstrekt ongrijpbare consument maakt zelf uit wat online gezet wordt en soms past een banner van een gerenommeerde bank niet naast het familiefilmpje van een beschonken oom Freek in onderbroek.
De Interactive Advertising Board zal worden gevraagd om de meeting bij te wonen. Één van de onderwerpen die zouden kunnen worden besproken is of er bepaalde normen voor user-generated content zouden moeten worden ontwikkeld. Het bijbrengen van normen en waarden aan Fred Internet moet dus de groeiende advertentiemarkt veiligstellen. Een redelijk kansloze operatie.
De meeste online videoreclames zijn verbonden met professioneel geproduceerde content, wat er op kan wijzen dat men thuisgemaakte content ongepast of te extreem zou kunnen zijn. Maar tegelijk maken de alsmaar toenemende technologische mogelijkheden het steeds gemakkelijker om videoadvertenties in online content op te nemen.
De focus van grote mediabedrijven op manieren om adverteerders naar het web te krijgen moeten dit gebied een flinke duw kunnen geven. "Video (op het Web) is a big deal," zo riep Jonathan Miller, chief executive van AOL. De vraag is alleen of de context – die steeds meer door de consument geschapen wordt – past bij de boodschap die de adverteerder wil uitdragen.